| Proefexamen kleinvaarbewijs deel 1 |
|
| Vraag 1 | |
|
zeilschip |
![]() |
| Vraag 2 | |
|
Wat is de betekenis van deze lichten ? doorvaart verbod van langere duur verboden hinderlijker waterbewegingen te veroorzaken waarschuwing voor uit- of langs varende schepen |
![]() |
| Vraag 3 | |
| Bij het wachten voor de sluis en liggend in de sluis zijn schepen verplicht uit te luisteren op het marifoon werkkanaal van deze sluis. Deze verplichting geldt : alleen tijdens slecht zicht voor alle schepen met een marifoon aan boord niet voor kleine schepen met een marifoon aan boord |
|
| Vraag 4 | |
|
twee kleine zeilschepen sturen recht tegen elkaar in. Er bestaat gevaar voor aanvaring. Wie moet er uitwijken? . beide schepen naar stuurboord schip x schip y |
![]() |
| Vraag 5 | |
|
U komt aan bij een ligplaats op stromend water. Hoe nadert u die ligplaats? haaks op de stroom voor de stroom tegen de stroom |
|
| Vraag 6 | |
| artikel 6.04 bpr Een klein motorschip en een 'groot' schip sturen recht tegen over el kaar in. Er bestaat gevaar voor aanvaring. wie moet uitwijken? schip x beide schepen naar stuurboord schip y |
![]() |
| Vraag 7 | |
|
Een wierfilter dient om : vuil uit de smeerolie te filteren het water in een gesloten koelsysteem te filteren te voorkomen dat vuil in het koelsysteem raakt |
|
| Vraag 8 | |
|
U vaart 's nachts een haven aan. U ziet aan uw stuurboordzijde : rood vast licht of rood flikkerlicht groen vast licht of groen flikkerlicht wit vast licht of wit flikkerlicht |
|
| Vraag 9 | |
|
U komt nevenstaand bord tegen. Het betekent: |
![]() |
| Vraag 10 | |
|
U nadert een vaste brug met meerdere doorvaartopeningen. Boven één van de openingen staan deze tekens. De door deze opening wordt aan de scheepvaart aanbevolen uit: beide richtingen uitsluitend de andere richting uitsluitend uw richting |
![]() |
| Vraag 11 | |
|
U vaart in een vaarwater dat zó smal is, dat het schip niet in één keer rond kan draaien. U wilt keren en uw schip is uitgerust met een rechtse schroef. Uw schip draait het beste over : stuurboord bakboord beide boegen, het maakt geen verschil |
|
| Vraag 12 | |
|
|
![]() |
| Vraag 13 | |
|
Het meren in een sluis aan de sluiswand doet u bij voorkeur met : één belegde tros en één sliptros twee sliptrossen twee belegde sliptrossen |
|
| Vraag 14 | |
|
Dit is het voor aan zigt van een : Klein motorschip klein open schip klein zeilschip |
![]() |
| Vraag 15 | |
|
Bij een splitsing van vaarwateren van gelijke betekenis heeft een scheidingsboei in het Maritiem Betonningsstelsel systeem A de volgende kleuren : geel en zwart rood en wit rood en groen |
|
| Vraag 16 | |
|
Welke van de onderstaande beweringen is voor de getekende situatie juist? Er bestaat gevaar voor aanvaring wie moet er uitwijken ? schip x, omdat schip y van stuurboort nadert schip y, omdat schip x van bakboord nadart schip y,omdat het een motorschip is |
![]() |
| Vraag 17 | |
|
Wanneer één van beide schepen verplicht is uit te wijken dan moet het andere schip: zijn koers behouden zijn koers en vaart behouden naar keuze zijn koers of vaart behouden |
|
| Vraag 18 | |
|
|
![]() |
| Vraag 19 | |
|
Wat zijn opvallende kenmerken voor zomerse onweersbuien? Dit zijn : sterke Cumulus tot Cumulusnimbus bewolking, als de zon erop schijnt helderwit van buiten, donker van binnen sterke Cirrus bewolking, zg. schaapjeswolken, parelmoerkleurig als de zon erdoor schijnt grijs gesloten wolkendek, geen zon, windstil |
|
| Vraag 20 | |
|
De betekenis van dit bort is: ontmoeten en voorbijvaren verboden verboden de stuurboordzijde van het vaarwater te houden verplichting de stuurboordzijde van het vaarwater te houden |
![]() |
| Vraag 21 | |
|
Een frontvlak is de overgangszone tussen : twee luchtsoorten twee opeenvolgende depressies een hoge druk en een lage druk gebied |
|
| Vraag 22 | |
|
|
![]() |
| Vraag 23 | |
|
In de getekende situatie loopt schip X het kleine motorschip y op. Schip Z is is een tegenligger. De kans is groot dat x,y en z elkaar tegelijkertijd passeren en dat daarvoor te weinig ruimte voor is. Wat is in de gegeven situatie juist? schip x moet vaart minderen en achter schip y blijven totdat schip z is gepasseerd is schip y moet sterk vaart verminderen om schip z gepasseerd te zijn voordat schip x schip y voorbijloopt schip z moet vaart verminderen om schip x gelegenheid tot voorbijlopen te geven |
![]() |
| Vraag 24 | |
|
De schaal is 1:75.000. De afstand in de kaart bedraagt 22 cm. Hoeveel zeemijl is dat in werkelijkheid? ca. 9 zeemijl ca. 16,5 zeemijl ca. 22 zeemijl |
|
| Vraag 25 | |
|
U peilt met stuurkompas de vuurtoren op 178°. Kompaskoers is 135°. Variatie 4° West. Wat is de ware peiling? 176° 182° 174° |
|
| Vraag 26 | |
|
Wat is de betekenis van dit bord? beperkte doorvaart hoogt? beperkte waterdiepte einde van scheiding van twee vaarwateren |
![]() |
| Vraag 27 | |
|
Een kardinale boei die aangeeft- veilig vaarwater aan de noordzijde heeft als topteken : de toppen naar beneden gericht de toppen naar elkaar gericht de toppen naar boven gericht |
|
| Vraag 28 | |
|
In de hydrografische kaart komt het volgende teken voor. Het cijfer 4,1 met daaromheen een stippellijn en daaronder een balkje. De betekenis van dit teken is: diepte, gelood op een gevaar, bedraagt 4,1 meter gevaar, minste diepte bekend, afgedregd met dregtuig gevaar steekt 4,1 meter boven het reductievlak uit |
|
| Vraag 29 | |
|
Welke van de onderstaande bewering is voor de getekende situatie juist? schip y mag bij het invaren van het hoofdvaarwater vaart schip y moet uitwijken ,omdat schip x in hoofdvaarwater vaart schip x moet uitwijken, omdat schip y van stuurboort nadart |
![]() |
| Vraag 30 | |
|
|
|
| Einde | |
Vaarschool
"De Wijde Meren"
Trug
naar Hoofd pagina
Copyright (C) 2002 - DuLac
MEDIA